|
|
Welke onderzoeken doet de NMa? De NMa heeft verschillende manieren om het kartelverbod en het verbod op het misbruik van een economische machtspositie te handhaven. De NMa krijgt klachten/tips/besluitaanvragen binnen van ondernemingen of consumenten die overtredingen vermoeden van het kartelverbod of misbruik van een economische machtspositie. Dit kan voor de NMa aanleiding vormen een onderzoek naar een vermoede overtredingen te starten. De NMa kan ook zelfstandig besluiten om een onderzoek naar overtredingen van de Mededingingswet te starten. Dit kan bijvoorbeeld naar aanleiding van signalen van overtredingen in bepaalde markten.
Doet de NMa onderzoek naar alle overtredingen van de Mededingingswet? De NMa beschikt niet over een onbeperkt aantal medewerkers en middelen. In praktijk is het aantal klachten/tips/signalen/besluitaanvragen vele malen groter dan de NMa kan onderzoeken. De NMa moet dus keuzes maken en voert een beleid van prioritering van onderzoeken. Bij de beslissing om al dan niet een onderzoek te starten worden de volgende criteria afgewogen: Wat is het economische belang? Wat is het consumentenbelang? Wat is de ernst van de overtreding? Is optreden van de NMa doelmatig en doeltreffend?
Klacht indienen bij de NMa? Zie de brochure "Klachten, tips, signalen en besluitaanvragen" of vraag deze brochure aan om per post te ontvangen.
Hoe verloopt een onderzoek van de NMa? Bevoegdheden NMa De NMa kan naar aanleiding van een klacht/tip/signaal/besluitaanvraag, maar ook op eigen initiatief een onderzoek instellen naar vermoedens van overtredingen van de Mededingingswet. Bij dit onderzoek wordt informatie verzameld door bijvoorbeeld de analyse van de markt, vragen aan betrokkenen en andere marktdeelnemers. De NMa is ook bevoegd om bedrijven te bezoeken en medewerkers van bedrijven vragen te stellen. Zie ook de brochure "Bevoegdheden van de NMa". Van de bevindingen van het onderzoek wordt een rapport opgemaakt. Dit rapport wordt aan de belanghebbende partijen verstrekt, waarna zij de gelegenheid hebben op een hoorzitting hun argumenten in te brengen. Op basis van de bevindingen uit het rapport en de hoorzitting stelt de NMa een besluit vast. Dit besluit kan een sanctie, bijvoorbeeld een boete, bevatten.
Om een sanctie op te kunnen leggen moet de NMa bewijzen dat de Mededingingswet is overtreden. Daarbij moeten de betrokken ondernemingen de kans krijgen zich tegen de beschuldigingen van de NMa te verweren.
Het verzamelen van bewijs door de NMa Hoewel tipgevers of klagers zelf vaak snel het vermoeden hebben dat er sprake is van ‘oneerlijke handelspraktijken’ door ondernemingen, blijken in de praktijk de gedragingen van de ondernemingen en de gevolgen voor de mededinging erg ingewikkeld te onderzoeken en/of te bewijzen. Zo kan bijvoorbeeld een constatering dat er door een onderneming met een economische machtspositie hoge prijzen worden gerekend niet genoeg zijn om haar ook voor een overtreding van de Mededingingswet te veroordelen. De NMa zal dan bijvoorbeeld moeten bewijzen dat er sprake is van een excessieve prijs. Bewijs vergaren doet de NMa bijvoorbeeld door marktstudies te doen, onaangekondigde bedrijfsbezoeken af te leggen, administratie van ondernemingen te onderzoeken en medewerkers en marktpartijen te ondervragen.
De rechten van de betrokken ondernemingen
De ondernemingen waartegen onderzoeken lopen hebben rechtenom zich te verdedigen.
Hoewel ondernemingen moeten meewerken aan onderzoeken van de NMa, hoeven medewerkers van de onderneming niet aan hun eigen veroordeling mee te werken (artikel 5:20 Algemene Wet Bestuursrecht en artikel 69 Mededingingswet). Ondernemingen hebben ook het recht om in de procedure gehoordte worden, zodat zij zich tegen de aantijgingen kunnen verdedigen (artikel 60 Mededingingswet). Om zich voor te bereiden op de hoorzittingen mogen belanghebbenden de dossiersdie de NMa tegen hen heeft aangelegd inzien. De NMa dient op haar beurt een besluit te motiveren en rekening te houden met de andere beginselen van behoorlijk bestuur (zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel). Indien de NMa in een besluit tot het oordeel komt dat een onderneming de Mededingingswet heeft overtreden, kunnen de betrokken ondernemingen herziening van dit oordeel vragen: de mogelijkheden zijn bezwaar bij de NMa en (hoger) beroep bij de rechter.
Mogelijkheden na een besluit tot sanctieoplegging Bezwaar of rechtsreeks beroep De ondernemingen kunnen binnen zes weken nadat het besluit door de NMa genomen is in bezwaar gaan bij de NMa. Ook in de bezwaarprocedure hebben de ondernemingen het recht te worden gehoorden het recht op inzage in het dossier, terwijl de NMa weer een motiveringsplicht en andere beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemenheeft. Onder omstandigheden is rechtstreeks beroep bij de Rechtbank Rotterdam mogelijk. De bezwaarprocedure wordt dan overgeslagen. Een onderneming kan de NMa verzoeken in te stemmen met een rechtstreeks beroep. De NMa heeft beleid voor rechtstreeks beroep ontwikkeld.
Beslissing op bezwaar De NMa moet binnen tienweken beslissen, maar deze termijn kan door de NMa vierweken worden verdaagd of met instemmingvan beide partijen worden verlengd.
Beroep Ondernemingen kunnen vervolgens tegen de beslissing op bezwaar in beroepgaan bij de Rechtbank te Rotterdam.Hierbij gelden weer de rechten en plichten van de partijen zoals hiervoor besproken.
Hoger beroep Tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam kan binnen zesweken door de partijen (NMa en ondernemingen) hoger beroepworden aangetekend bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven te Den Haag.
Hoe lang duurt een onderzoek van de NMa? De interne norm voor de doorlooptijd van kartel- en misbruikzaken bij de NMa is dat gemiddeld 90% van de zaken binnen 20 maanden moet zijn afgerond, gerekend vanaf de formele start van het onderzoek door de directie Mededinging tot en met het opstellen van een (sanctie)beschikking door de Juridische Dienst. Dit betreft slechts een interne norm en geldt niet als formele maximale doorlooptijd van een procedure. Noch de Europese noch de nationale wetgever schrijven dergelijke doorlooptijden voor. Uiteraard is de NMa wel gehouden binnen een redelijke termijn te beslissen (artikel 6 EVRM). Kartel- en misbruikzaken zijn naar hun aard complexe zaken. Om deze zaken tot een goed einde te kunnen brengen, is een gedegen onderzoek van groot belang. Dit onderzoek vergt uiteraard de nodige tijd.
Ook hebben de Rechtbank Rotterdam en het College voor Beroep voor het bedrijfsleven geen termijnwaarbinnen zij een uitspraak moeten doen. In praktijk kunnen de uitspraken maanden tot één of twee jaar op zich laten wachten. De uitspraak dient wel binnen een redelijke termijn in de zin van artikel 6 EVRM te worden genomen. |
|
|