Nederlandse Mededingingsautoriteit
Zoeken
Uitgebreid zoeken
Home > Wet- en regelgeving > Europese regelgeving
Print pagina

Europese regelgeving

De artikelen 81 en 82 (thans art. 101 en 102) van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en de Verordeningen 1/2003 (opvolger van Verordening 17/62) en Verordening 139/2004 (opvolger van Verordening 4064/89) vormen de kern van het Europese mededingingsrecht.

Modernisering
Vanaf 1 mei 2004 heeft het Europese mededingingsrecht een nieuwe dimensie gekregen. De Raad van Ministers van de Europese Unie (de zogenaamde Concurrentiekracht Raad) heeft namelijk een nieuwe verordening aangenomen: 1/2003. Deze verordening is de opvolger van Verordening 17/62. 

De verordening is de wettelijke basis voor de modernisering van het Europese mededingingsrecht. Deze verordening heeft tot gevolg dat de samenwerking tussen de Europese Commissie en de Lidstaten van de Europese Unie en de Lidstaten onderling verregaande vormen zal gaan aannemen. Ter uitvoering van die samenwerking is het ECN  (European Competition Network) opgericht. In dit Netwerk gaan de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten van de alle lidstaten van de Europese Unie samenwerken ten behoeve van de handhaving van de artikelen 81 en 82 EG (thans art. 101 en 102 VWEU).

Op de website van de Europese Commissie vindt u de Bekendmakingen en Mededelingen inzake modernisering. 

Europese groepsvrijstellingen
Naast de verdragsbepalingen zijn ook de Europese groepsvrijstellingen van belang. De Europese Commissie heeft, net als de Nederlandse overheid, de bevoegdheid om groepsvrijstellingen vast te stellen. Een groepsvrijstelling beoogt een bepaalde groep regelingen die in strijd is met het kartelverbod (art. 6, lid 1, Mededingingswet en art. 81, lid 1, EG (thans art. 101 VWEU) van dit verbod vrij te stellen. Indien de regelingen voldoen aan de criteria die de groepsvrijstelling stelt, wordt het kartelverbod door de groepsvrijstelling buiten toepassing verklaard.

Naast de Europese groepsvrijstellingen kent Nederland ook een aantal nationale groepsvrijstellingen. 
De Europese groepsvrijstellingen gelden ook in Nederland. Dit wordt bevestigd door de artikelen 12 en 13 van de Mededingingswet.

Op dit moment gelden de volgende Europese groepsvrijstellingen:

Verticale overeenkomsten:

Horizontale samenwerkingsovereenkomsten:

  • Richtsnoeren inzake toepasselijkheid van artikel 81 EG (thans art. 101 VWEU) op horizontale samenwerkingsovereenkomsten
  • Verordening 2658/2000 van de Commissie betreffende de toepassing van artikel 81 (thans art. 101), lid 3, van het Verdrag op groepen specialisatieovereenkomsten 

Industriële eigendom en mededingingsrecht:

Verzekeringssector

Vervoerssector

  • Luchtvervoer
    • Verordening (EEG) 411/2004 (intrekking Verordening (EEG) 3975/87 en houdende wijziging van Verordening (EEG) 3976/87 en Verordening (EEG) 1/2003 wat betreft het luchtvervoer tussen de Gemeenschap en derde landen
    • Verordening (EEG) 3976/87 (machtigingsverordening luchtvervoer), laatstelijk gewijzigd 26 februari 2004. Verordening (EEG) 3976/87 is gewijzigd door Toetredingsakte van Oostenrijk, Finland en Zweden en de Verordeningen (EEG) 2344/90, (EEG) 2411/92, (EG) 1/2003 en (EG) 411/2004
    • Verordening (EEG) 1617/93 (luchtvervoer), betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het EEG-Vedrag op bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderlinge afgestemde feitelijke gedragingen die betrekking hebben op de gezamenlijke planning en coördinatie van de dienstregelingen, op de gemeenschappelijke exploitatie, op het overleg over passagiers- en vrachtvervoertarieven bij geregelde luchtdiensten en op de toekenning van landings- en starttijden op luchthavens, van kracht tot 30 juni 2005. Deze Verordening is gerectificeerd door Verordening (EEG) 1617/93 en gewijzigd door de Toetredingsakte van Oostenrijk, Finland en Zweden, Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond en de Verordeningen (EG) 1523/96, (EG) 1083/99, (EG) 1324/2001 en (EG) 1105/2002